Het Europese beleid in het komende decennium ten aanzien van Roma en Sinti is op de Europese Top van regeringsleiders (23-24 juni) een hamerstuk gebleken. Dan rijst de vraag ging het over iets essentieels of kan een ieder het naar eigen believen uitleggen? Ook Nederland is akkoord met het Europese kadervoorstel voor nationale integratie. Natuurlijk maakt het kabinet Rutte er wel kanttekeningen bij.
Nederland vindt, zoals de meeste lidstaten, dat het Europees beleid niet de nationale bevoegdheden moet raken en rekening moet houden met de nationale context en het moet kostenneutraal zijn. De basis om met de handen over elkaar te gaan zitten en vooral weg te kijken. Peter Jorna schrijft: "Zie daar de basis van het Nederlands standpunt: een nationale Roma strategie is heel goed voor landen met grote aantallen (en dan met name in het onrustige zuid oost Europa), maar voor de eigen achtertuin ‘buitenproportioneel’. De ‘Roma populatie’ is in de Nederlandse context ‘niet substantieel’ en Nederland kent bovendien geen doelgroepenbeleid. Dat laatste is al helemaal niet meer aan de orde met de Integratienota van minister Donner. Het kabinet vindt het EU voorstel bovendien ‘té sociaal-economisch’ en hanteert een ander perspectief, namelijk een strikt handhavingsbeleid waarbij meer verantwoordelijkheid bij de Roma wordt gelegd, en Europese samenwerking vooral nuttig is om op te treden tegen mensenhandel en georganiseerde criminaliteit". Nederland gaat terug naar uitsluitend handhaven en juist de combinatie met faciliteren en ontwikkelingskansen bieden is succesvol. Voor een verder verslag van deze conferentie verwijst Sinti Music naar het artikel op de pagina van wereldjournaisten.
